Nederlandse toestanden: Is het multicultureel debat ontspoord?

Deze week had ik in het programma ‘De ochtend’ op Radio 1 Nederland een interview over de vraag of het multiculturele debat ontspoord is. Medediscussant was Alexander Pechtold van D66. De aanleiding hiervan was een beeld waarin Sylvana Simons aan een galg opgeknoopt werd. De dader wacht ondertussen gerechtelijke vervolging.

Even iets over Sylvana Simons. Zij is lid van de nieuwe partij Denk, een politiek genootschap dat assertief opkomt voor de rechten van culturele en etnische minderheden. In Vlaanderen zou men dit wellicht omdopen tot ‘een migrantenpartij’.

Terug naar de galg. Dit zijn groteske en misplaatste beelden waarvan de impact op de geadresseerde niet te onderschatten is. Politiebeveiliging is ondertussen haar deel. Bovendien is de galg contraproductief. Dit soort haatmedia is voor haar de ultieme bevestiging dat Nederland bevolkt wordt door een hoop racisten…

Deze uitingen van racisme, of wie weet, van flauwe humor (in het brein van de dader kunnen we immers niet kijken) zijn koren op de molen van de media. In dit geval terecht, gezien de aard van de afbeeldingen. Maar vaak ook onterecht, want extremisme gedijt vrolijk verder door al die aandacht, ook al is dit vaak negatieve aandacht.

De afkeuring van deze daden was algemeen. Iedereen was het erover eens dat dit dingen zijn die niet kunnen. Is Nederland verloren; is het debat ontspoord? Neen, die ene man waar we zo veel aandacht aan besteden, was het spoor bijster. Wat zegt dit over ‘ons’?

Wanneer we de cijfertjes bekijken, naar algemene trends peilen, dan is er maar één conclusie mogelijk: Grof racisme neemt af, terwijl onze gevoeligheid hierover toeneemt. Dit is minder mediageniek dan extreme uitingen en krijgt minder aandacht, maar de grondstroom is belangrijker dan wat enkele extremisten doen en zeggen, en het blijft belangrijk hierop de vinger te blijven leggen.

Alexander Pechtold sprak over fatsoen. Dat diegene die deze beelden maakte hieraan een gebrek heeft, valt niet te ontkennen. Maar fatsoen gaat over het al dan niet uiten van zo’n dingen – gedrag dus – en niet over de mindset die erachter zit. Het basisprobleem is niet zozeer dat er een teloorgang is in fatsoen, maar dat het samenleven zo moeilijk verloopt.

We kennen elkaar niet. We praten naast elkaar. Dat is een veel groter probleem.

Toevallig of niet. De week ervoor in Den Haag leverde ik een bijdrage aan de avond ‘Racisme is HOT’ van het Nationale toneel. Ook daar was Sylvana Simons spreker. Ik had het er over het feit dat elkaar vermijden, niet met elkaar omgaan, wellicht te grootste bron van maatschappelijk onbehagen is, en trouwens ook een oorzaak van racisme. Een opmerkzame bezoeker aan dit event maakte me er laat in de avond in de foyer attent op. Alle goedbedoelende autochtone Nederlanders vormden aparte groepjes, en zo ook ontstonden er enkele Surinaamse groepjes. Gemengde groepjes, die waren er niet.

Daar stonden we dan – met z’n allen wereldverbeteraars – opgedeeld in tribale verbanden. Het zou beter zijn moesten we hiervoor ook meer aandacht hebben.

 

Interview in Psyché en Brein

Deze zomer had ik een gesprek met Vittorio Busato over vooroordelen en onverdraagzaamheid. Dit interview verscheen in het oktobernummer van het wetenschappelijke magazine EOS: Psyché en Brein.

Het was alvast een van de meest aangename en uitgebreide interviews die ik heb mogen doen, ook al was het op een snikhete dag midden in de zomer.

Zo verschaft het interview duidelijkheid over het onderscheid tussen racisme en onverdraagzaamheid. Ik heb al tijdens verscheidene lezingen moeten ervaren dat het belangrijk is om de term ‘racisme’ niet teveel te gebruiken.  Wanneer je met mensen in gesprek gaat, dan merk je soms hoe zwaar die woorden wegen. Sommige mensen zijn het woord ‘racisme’ zo beu, dat ze er niets meer over willen horen, niets mee te maken willen hebben.

Woorden as such worden dus soms deel van het probleem. Naast ‘racisme’ is het woord ‘allochtoon’ nog zo’n beladen term. Ook de onbedoelde gevolgen van dit woord heb ik in gesprekken met etnisch en culturele minderheidsleden beter leren kennen. Het is een woord dat getuigt van uitsluiting, of zo aanvoelt. Dat werd me wel duidelijk.

Aan taboewoorden dus geen gebrek.

Positief aan dit interview is de aandacht voor oplossingen. Ik heb steeds de bedoeling gehad om duidelijk te maken dat samenleven met andere etnische en culturele minderheden niet vanzelf gaat, niet in het minst omwille van het feit dat onverdraagzaamheid een wereldwijd probleem vormt, dat bovendien in gradaties bij iedere burger voorkomt. Dit argumenteren had enkel de bedoeling om iedereen met de voeten op de grond te zetten.

Het boek bevat ook handvaten om multicultureel samenleven op de rails te krijgen, ook al belooft dit een harde dobber te worden. Dit interview liet alvast toe om ook dit aspect aan bod te laten komen, waardoor het een gebalanceerd beeld brengt.

Boekbespreking verschenen in Liberalis

Er verscheen een boekbespreking van ‘Iedereen racist’ van de hand van Rudy Collijs op de website van Liberales, de denktank binnen de liberale beweging.

Ik vind het alvast positief dat de recensent de nadruk legt op de wetenschappelijke achtergrond van het boek, en meer bepaald dat ik in de mate van het mogelijke alle uitspraken met onderzoek ondersteunde.

Liefst van al zou ik mensen teleurstellen die het zoveelste  meningenboek over onverdraagzaamheid verwachten. Er is namelijk geen gebrek aan meningen.

In discussies tussen voor- en tegenstanders van de multiculturele samenleving is er te weinig plaats voor argumenten gebaseerd op objectieve feiten. In de wetenschap ligt dit anders. Wetenschappers zijn wel aan de feiten gebonden. En ik ben een van hen.

Die feiten staan soms aan de kant van zogezegd politiek correcte mensen, maar soms ook aan de andere kant. Het komt erop neer dat ik graag argumenten aanreik in plaats van dogma’s. Dit vormt het centrale uitgangspunt van het boek.