Uit het nieuwe Nederlandse lexicon: Asieltuig, asielplaag, asielhopper en invasie

Vrijdag, 13 januari publiceerde ik in KNACK een opiniestuk naar aanleiding van de ronkende titels die boven een aantal artikelen werden gezet in de Telegraaf,  de meest gelezen krant in Nederland.

Een voorbeeld hiervan is terug te vinden in de krant van het weekend ervoor: ‘Kansloze asielplaag ongehinderd verder’. Als eyecatcher kan dit wel tellen. Andere woorden die gebruikt werden in de week na kerstmis zijn ‘asieltuig’ (dit woord duikt op in drie koppen), ‘asielhopper’ en ‘invasie’.

De titels hadden betrekking op Marokkaanse en Algerijnse asielzoekers, die zich tussen de oorlogsvluchtelingen uit Syrië, Irak en Afghanistan bevinden. Deze mensen die in de slipstream van de vluchtelingencrisis hier aanspoelen, maken volgens de Telegraaf geen enkele kans op een officieel verblijf in onze landen. Ondertussen zorgen ze voor flink wat herrie, overlast en kleine criminaliteit. Maar blijkbaar is het niet mogelijk om deze Noord-Afrikaanse mensen uit het systeem te weren, is het alles behalve gemakkelijk om hen terug te zenden.

Spontaan denken we dan aan de man die de massamoord in Berlijn pleegde. Ook hem kon blijkbaar geen stro in de weg gelegd worden.

Het is duidelijk dat deze mensen moeten teruggestuurd worden naar hun land van herkomst. Waarom lukt dit niet?

PS: er werd geen aanstoot genomen aan de inhoud van de artikels in de Telegraaf.

 

 

Contact tussen bevolkingsgroepen vermindert etnische vooroordelen: Een toepassing in de schoolcontext

In het decembernummer van Welwijs verscheen een bijdrage over hoe contact tussen bevolkingsgroepen kan leiden tot een daling van onderlinge vooroordelen. Deze bijdrage was een neerslag van een deel van een presentatie die ik gaf op de studievoormiddag ‘Radicaal integraal’, de vierde oktober in Schaarbeek.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er echt doorleefd contact plaatsvindt tussen leerlingen van verschillende etnisch-culturele achtergronden op school? De zogenaamde coöperatieve leermethoden kunnen hiertoe dienen. Dit zijn leermethoden waarbij leerlingen in kleine groepen bijeen worden gezet om een bepaalde taak te maken, waarbij face-to-face interacties tussen leerlingen centraal staan, en waarbij ze elkaar moeten helpen om samen de taak succesvol te volbrengen.

De puzzelklas, ontwikkeld door Elliott Aronson en collega’s, is een voorbeeld van een coöperatieve leermethode die specifiek ontwikkeld is met het oog op het verbeteren tussen de relaties van leerlingen met verschillende etnische achtergronden. In de puzzelklas worden leerlingen verdeeld in kleine groepjes, gemengd op basis van geslacht, etnische achtergrond en schoolse prestaties. De inhoud van een bepaald stuk leerstof wordt verdeeld in een aantal stukjes (even veel stukjes als leerlingen in elke groep) en elke leerling krijgt een bepaald stuk van de leerstof toegewezen waar hij/zij verantwoordelijk voor is.

In vergelijking met leerlingen die les krijgen met klassieke competitieve leermethoden of individueel leren, hadden leerlingen die les kregen aan de hand van coöperatieve leermethoden betere relaties met leerlingen van andere bevolkingsgroepen. Ze vertoonden eveneens meer positieve emoties ten opzichte van andere etnische groepen. De langdurige implementatie van coöperatieve leermethoden kunnen ook leiden tot een toename in leerprestaties, vooral voor benadeelde leerlingen, zoals zwakke leerlingen, of leerlingen met een andere etnische achtergrond. Belangrijk is dat de winst voor deze leerlingen de leerprestaties van de sterke leerlingen niet hindert, want bij hen leiden de coöperatieve leermethoden tot gelijkaardige resultaten als de andere leermethoden.