Een jaar na de aanslagen

Naar aanleiding van de eerste verjaardag van de verschrikkelijke aanslagen in Brussel en Zaventem schreef ik samen met Emma Onraet een opiniestuk in KNACK.

We wezen daarin op de stijging van vooroordelen door zulke aanslagen. Terrorisme leidt tot een toenemend negatief sentiment ten opzichte van moslims, alsook tegenover andere etnische en culturele minderheden.

Vooral de vooroordelen tegenover moslims dreigen door het dak te gaan. Vandaar de noodzaak aan positieve verhalen, zoals Hassan Elouaf, een technicus op de luchthaven en moslim, die in de verwoeste vertrekhal zich ontfermde over Walter Benjamin, een Brusselse jood die zwaar gewond was geraakt en een been verloor.

Of Mohamed El Bachiri, de echtgenoot van een van de slachtoffers van de aanslagen. Uit liefde voor haar, schreef hij het boek ‘Mijn jihad van de liefde’. Het werk is een ontroerende ode aan vredevol samenleven.

Kan het dan nog ironischer dat net die dag in Londen een terrorist vier mensen vermoordt?

Hoe ver reikt de veerkracht van de multiculturele samenleving? Kan deze samenleving de aanslagen overleven?

Het zoveelste gevecht tussen links en rechts

Deze week waren we getuige van het zoveelste gevecht tussen links en rechts over de multiculturele samenleving.

Zo begon het… De Gentse schepen Elke Decruynaere had naar aanleiding van de dag tegen racisme een filmpje via het internet verspreid. In dit filmpje spraken kinderen van etnisch-culturele minderheden allerlei racistische woorden en zinnen uit die ze volgens de schepen zelf dagelijks moeten aanhoren.

Deze aanklacht tegen racisme werd een megasucces en massaal gedeeld op internet. Ook de klassieke media berichtte erover. De campagne has dus echt wel de aandacht getrokken.

In een interview uitgezonden op de lokale televisiezender AVS in het nieuws van 20 maart heb ik echter twee kritische bemerkingen gemaakt. Ten eerste, dit zijn kinderen die vandaag wellicht aangesproken worden op school en in de buurt. En misschien niet altijd met de meest lieve woorden. En wie weet komt er binnen enkele jaren uit het archief nog een en ander naar boven… Ik vind niet dat we kinderen kunnen inzetten om de problemen van de volwassenen op te lossen.

Een tweede bemerking is dat de boze bange Vlaming dit soort campagnes niet meer lust. Die Vlaming voelt zich geculpabiliseerd en geviseerd, alsof die andere bevolkingsgroepen nooit vooroordelen uiten en nooit een vleugje racisme zouden vertonen. Een beetje meer evenwicht kan echt geen kwaad, al was het enkel maar uit strategische overwegingen. Ik bedoel: diegene wiens houdingen door dit filmpje zouden moeten worden aangepast, zal toch op een of andere manier ‘in het verhaal moeten getrokken worden’. Dat doe je niet met hem of haar steeds maar te beschuldigen en aan te duiden als enige verantwoordelijke voor alles dat misgaat.

De avond na het interview heb ik zelf een interview afgenomen, maar dan van mijn twee kereltjes van 9 jaar. Langs mijn neus weg vroeg ik of ze het woord ‘makak’ kenden. Beiden stonden me aan te kijken met grote, vragende ogen. Neen, dat woord hadden ze nooit uitgesproken, en nooit gehoord. Wat betekende dat?  Nochtans zitten ze op een gemengde school. In het filmpje was er zelfs nog grovere taal, dingen waarvan ik zelfs het schaamrood zou krijgen als ik ze zou uitspreken.

Een effect van de campagne van Decruynaere is dat de woordenschat van mijn kinderen uitgebreid is met een woord. Maar, laat me duidelijk zijn, als mijn kinderen ooit woorden en zinnen zullen gebruiken zoals de promokindjes van Decruynaere, dan zal er wat zwaaien, vrees ik!

Maar goed, die clash tussen links en rechts… Op de KNACK website reageerde minister Homans in een opiniestuk, waarin ze trouwens naar mijn boek verwees, wat ze ook nog eens op televisie deed tijdens een interview in het canvas-programma de Afspraak. Waarvoor dank natuurlijk. Helaas was dit een verwijzing naar  ‘Allochtonen zijn racistischer dan autochtonen’, iets wat de eindredactie ooit boven een interview met mij plakte. Dit blijft me achtervolgen. Zucht… Zie bij de eerste posts voor wat ik daarover denk…

Homans heeft haar artikel trouwens afgesloten met een mooie zin: “Vooroordelen bestrijden kan je dus ook op een positieve manier door alle Vlamingen, ‘oud’ of ‘nieuw’, op te roepen om actief mee te bouwen aan de Vlaamse samenleving in diversiteit.”

Decruynaere reageerde de dag erna. De titel was: ‘Liesbeth Homans laat opnieuw zien dat ze er niet voor alle burgers is‘.

Weet je wat? Een mens wordt dit gekrakeel beu. Ik vraag me af wat er echt zal veranderen door al dit verbale geweld. Niets dus. Zouden de politiek verantwoordelijken beter niet eerst wat dingetjes proberen (samen) op te lossen?

 

Waarom Unia het publiek voor zich moet winnen

In De Morgen verscheen er een opiniestuk over Unia. De conclusie ervan is dat Unia diegenen die het wilt bekeren, het meest op de tenen trapt, waardoor ze  het meest tegen het Centrum zijn. Daarom heeft het Centrum geen (of een averechtse) impact op die mensen.

Er dringt zich dan ook duidelijk een andere strategie op. Het Centrum zal toch moeten werken aan het beeld dat het oproept, en dan doel ik niet alleen op haar communicatiebeleid. Het meest probate middel is dat het ook duidelijk moeten optreden bij omgekeerd racisme (of bij seksisme).

Alleen door zich boven de partijen te stellen, kan het Centrum het nodige morele gezag verkrijgen.

Iedereen zal mee in het bad moeten. Dat is meteen ook de basisfilosofie van het boek ‘Iedereen racist’.  Iedereen heeft de demonen van onverdraagzaamheid en discriminatie in zich. Iedereen moet op dezelfde manier hierop aangesproken worden.

Om vooroordelen te bestrijden, is politieke correctheid eerder een hinderpaal is dan een hulpmiddel.

Ondertussen woedt de discussie verder.

Een video-overzicht op De Redactie.

Een reactie van Unia zelf.

En een kritisch opiniestuk van luis in de pels Jean-Marie Dedecker in KNACK.